Soms, heel soms, voel ik me heel goed. Echt heel goed. Zomers goed. Dan lach ik naar iedereen. Dan flirt ik met iedereen. Dan denk ik de hele dag aan mijn vrouw. Sterker nog, dan denk ik de hele dag aan allerlei vrouwen. Dan vind ik mijn kinderen lief, dan vind ik zelfs andermans kinderen lief. Dan mag mijn zoontje cola. Dan mag mijn dochter kauwgom. Dan mag mijn vrouw vreemdgaan. Overigens alleen als ze belooft het niet te doen. Dan sla ik onze poes niet - of maar één keer. Dan zit er de hele dag een leuk liedje in mijn hoofd. Dan is ieder liedje een leuk liedje. Dan is zelfs elke dag hetzelfde liedje een leuk liedje. Dan laat ik de bus voorgaan bij het zebrapad. Dan help ik willekeurige ouden van dagen met oversteken. Al dan niet met hun toestemming. Dan ruikt de supermarkt naar de warme bakker en de warme bakker naar de hemel. En die hemel is dan zo blauw als je alleen in Griekenland ziet. Dan heb ik overal de tijd voor. Kortom, dan is het een bewuste zomerdag, waarop ik helemaal niets moet. Of waarop ik alles wat ik moest al heb gedaan. Of waarop ik heb beslotendat ‘moeten’ me gestolen kan worden. Dan loop ik door Delft als een toerist. Dan ontdek ik opnieuw hoe scheef die kerk staat. Dan verbaas ik me over de bloemen in de grachten. Dan doe ik net of ik die fietser niet zie aankomen. En dan ontdek ik voor de zoveelste keer dat verhoogde pleintje. Dat pleintje waarvan gezegd wordt dat er in de winter een ijsbaan is. Dat pleintje waar koeien op palen staan. En vooral dat pleintje waar je verkoeling kan zoeken in de schaduw en behaaglijke warmte in de zon. Dan ga ik zitten, onder een parasol. Ik neem de mensen waar. Nederlanders, Delftenaren. Ik waan me de enige toerist. Dan pak ik een taalgidsje en bestel in mijn beste Nederlands een koffie verkeerd. En dan denk ik bij mezelf: Wat is het leven toch eenvoudig als alleen je koffie verkeerd is.
Pieter Jouke
|